‘Het belangrijkste is wederzijds vertrouwen’
14 Mei 2022, 08:00

door Audry Wajwakana

PARAMARIBO — “Een samenwerking is net een huwelijk, dat alleen goed kan worden als je weet waar elkaars zwaktes en sterktes zitten. Het belangrijkste is wederzijds vertrouwen en dat is er.” Dit zegt Eppo van Nispen tot Sevenaer, CEO van het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid, over de hernieuwde samenwerking met het Nationaal Archief Suriname (NAS) die tot 2025 loopt met de mogelijkheid tot verlenging. De twee instanties hebben dinsdag de intentieverklaring ondertekend.

Om te bekijken hoe de twee partijen en de Surinaamse media elkaar kunnen versterken werd maandag de lezing ‘Samen sterk in media’ georganiseerd. Daarbij gaf Van Nispen tot Sevenaer een presentatie hoe zijn state of the art mediacultuur instituut, dat beschikt over één van de grootste data collecties ter wereld, met de Nederlandse media samenwerkt. Alles dat ooit is uitgezonden op de Nederlandse televisie en radio is er voor eeuwig opgeslagen. Het wordt bewaard voor het geval het nodig is, om te kunnen begrijpen waarover een bepaald onderwerp of gebeurtenis gaat.

De topman illustreerde dat met de recente wateroverlast in district Brokopondo. Hij toonde (oud) beeldmateriaal van het polygoonjournaal (verzamelnaam voor twee Nederlandse bioscoopjournaals) van de bouw van de stuwdam en hoe de geschiedenis invloed heeft op het nieuws. “In de Nederlandse kranten werd vermeld dat het milieu kapot zou gaan, maar als je het filmpje niet had gehad dan had je niet geweten waar het vandaan kwam en dat er ook toen heel veel discussies over bestonden. De dam werd feestelijk in gebruik genomen, maar nu is het geen feest. Hoe moet het nu verder?”

Het vastleggen is, aldus Van Nispen tot Sevenaer, erg belangrijk. Het archiefbeeld en -geluidmateriaal, dat kunstmatige intelligentie wordt genoemd, wordt heel nauwgezet vastgelegd in de computer: woord voor woord, beeldbewegingen en in de context van de tijd. Volgens de Surinaamse Archiefwet moeten belangrijke stukken na tien jaar worden overgedragen aan het NAS. Niet alleen papierenarchief, maar ook alle audiovisueel materiaal, voornamelijk van de staatsmediabedrijven, valt hieronder.

Samenwerking

De samenwerking tussen het NAS en het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid begon formeel in 2013, nadat ze vanaf 2010 informele gesprekken hadden gevoerd om met de expertise van het instituut ook een afdeling Film, Video en Audio bij het NAS te stichten. “In 2014 is de afdeling bij het NAS opgezet, waar we nu bezig zijn materiaal van de STVS overgedragen te krijgen. Dit geldt ook voor ATV en de radiostations Boskopu en SRS. Met de particuliere mediabedrijven moeten we nog afspraken maken hoe dat kan worden gedaan”, zegt nationaal archivaris Rita Tjien Fooh. Voor haar is belangrijk dat de Surinaamse geschiedenis niet alleen vanuit de overheid wordt vastgelegd, maar ook vanuit de particuliere media om een eenzijdig beeld te voorkomen.

Het Nederlandse instituut beschikt over de nieuwste technologie op het gebied van onder meer gezichtsherkenning en tekst-to-speech. “We willen de media in deze samenwerking betrekken, omdat het instituut over kennis en deskundigheid beschikt voor het maken van mooie producties, waarvan de Surinaamse media kunnen profiteren. Die producties kunnen we dan over tien jaar conserveren voor de toekomst”, zegt Tjien Fooh.

Orde op zaken stellen

Dat het medialandschap in Suriname nogal met wat issues zit, kwam tijdens de bijeenkomst tot uiting. Zo haalden diverse mediavertegenwoordigers aan hoe bepaalde informele nieuwssites, voornamelijk op social media, informatie van de formele nieuwsmedia overnemen zonder bronvermelding. Ook hierin kan het NAS een leidende rol spelen hoe met auteursrechten om te gaan.

Tjien Fooh zegt dat momenteel alle mediaproducties (audio, beeld en fotomateriaal), die al langer dan tien jaar oud zijn, kunnen worden aangedragen bij het NAS. Met het mediabedrijf of de eigenaren van de producties wordt een contract gesloten, waarbij rekening wordt gehouden of er auteursrecht op de producties rust. “Het materiaal zal openbaar zijn voor het publiek, maar als het voor hergebruik is, commercieel of educatief, dan moet het wel goed in een contract worden vastgelegd”, benadrukt ze.

Voor de samenwerking met het Nederlands instituut voor Beeld & Geluid heeft NAS geen behoefte aan verdeelde Surinaams media, omdat de partner uit Nederland niet met een individueel mediumbedrijf werkt. “Intern hebben we dus ons huiswerk te maken, hoe we elkaar kunnen vinden. Het NAS is geen mediabedrijf, maar voor ons is het belangrijk om de geschiedenis van Suriname vast te leggen. Ook datgene wat de media produceren.”

Bekeken zal worden hoe het samenwerkingsprogramma met de media kan worden uitgewerkt. Van Nispen tot Sevenaer verwacht dat er per kwartaal een bijeenkomst zal worden georganiseerd om trainingen, waar de Surinaamse media behoefte aan hebben voor het maken van mooie producties, te verzorgen.


Reacties zijn uitgeschakeld