Bescherming economische zone grote uitdaging voor Surinaams leger
14 Mei 2022, 08:00

door Jason Pinas

ZANDERIJ — “Onze economische zone is bijna even groot of zelfs groter dan het vaste land, maar wat voor gezag hebben we daar?” Deze retorische vraag stelde president Chandrikapersad Santokhi bij zijn bezoek aan de Ayoko-kazerne te Zanderij. De bescherming van de economische zone is volgens het staatshoofd nu meer dan ooit belangrijk. Hij ging zo ver door het te betitelen als de “grootste uitdaging” voor met name het Nationaal Leger.

Vooral met het oog op de opkomende olie- en gasproductie voor de kust van Suriname moet de economische zone volgens Santokhi zo adequaat mogelijk worden beschermd. Hij ziet daarom graag dat het niveau van het leger binnen niet al te lange tijd wordt opgekrikt. “We moeten tegen de achtergrond van olie en gas ons leger samen met de kustwacht en andere instituten goed klaarstomen om onze zone te beschermen, zowel te water als te lucht. En daarvoor moet je een professioneel leger hebben.”

Multi-inzetbaar

Santokhi benadrukt dat deze zaken alleen kunnen worden gerealiseerd als het leger wordt getransformeerd. “Zodat het leger multi-inzetbaar is voor verschillende taken. Het moet betaalbaar, professioneel en goed kunnen worden onderhouden. Het leger moet alert zijn en zorgen dat ze te allen tijde de taken die de overheid, de samenleving en de internationale gemeenschap vragen goed kunnen uitoefenen.” De partnerschappen met onder meer Nederlandse militairen en defensie van Amerika, Frans-Guyana en Brazilië moeten tegen die achtergrond worden gezien.

Minister Krishnakoemarie Mathoera van Defensie wijst erop dat een aantal zaken intussen al is gerealiseerd. Het proces is volgens haar al ingezet en goed op schema. Na een goede inventarisatie is er intussen een beleidsplan opgemaakt voor de komende vijf jaar. “We hebben daarin elf beleidsprioriteiten benoemd die heel pragmatisch zijn. We hebben onder meer gekeken naar leiderschap, middelen die we nodig hebben en onze begroting.”

Bezuinigen

De bewindsvrouw zegt dat bij haar aantreden 96 procent van de begroting was bestemd voor personeelskosten en 4 procent voor investeringen in het leger. “Inmiddels hebben we zwaar bezuinigd op personeelskosten. De verhouding is nu 82 om 18 procent.” Daarnaast zijn er verschillende trainingen gestart, verschillende motivatiesessies gehouden en is de voedselvoorziening voor militairen die worden gedetacheerd verbeterd.

Het ministerie is verder gestart met de renovatie van verschillende gebouwen waar de manschappen hun activiteiten ontplooien. “Ook transport gaan we aankopen dit jaar. We kijken naar onze begroting en hoe we dat het best kunnen investeren. Wij geloven dat gemotiveerde, competente en enthousiaste mensen heel erg belangrijk zijn voor elke organisatie. Dat is wat we nu hebben in het leger.” Mathoera is ervan overtuigd dat de huidige legerleiding in staat is om de organisatie te trekken naar een hoger niveau.

Andere missies

Naast de bescherming van de economische zone als belangrijkste prioriteit moet het getransformeerde leger volgens Santokhi in staat zijn andere missies uit te voeren. “Het gaat uiteindelijk niet om oorlogvoering, maar wat moeten we doen als er een brand uitbreekt in het Amazonebos? Wie hebben we daarvoor? Dus je moet samenwerken met de legers van buurlanden.” Het leger zou ook voorbereid moeten zijn indien er vanuit de wereld wordt gevraagd om een bijdrage te leveren aan de wereldvrede. Daarnaast kunnen militairen volgens Santokhi worden ingezet voor lokale hulpverlenende taken met name in het binnenland.


Reacties zijn uitgeschakeld